Stang en trens als statussymbool

Als jullie dit lezen zit ik te jureren. Sinds een paar weken mogen we weer ‘live’. De eerste keer voelde ik me als een veulen in de wei. Het was heerlijk om weer eens op pad te gaan en min of meer gewoon in een hokje te zitten. Nou ja, nog wel met een spatscherm, maar het leek er toch al aardig op.

Waarom vind ik jureren zo leuk? Voor mij komt er van alles samen wat interessant is. Ik krijg een hele hoop verschillende paarden te zien. Dikke, dunne, grote, kleine, sierlijke, lompe…noem het maar op. En dat uiterlijk zegt dus helemaal niets over hoe ze het doen. Ik wou hier eerst ‘presteren’ neerschrijven, maar dat doe ik bewust niet. Daar moeten we vanaf, het idee dat er iets moet worden bereikt. Het gaat namelijk juist om het tonen van die ultieme samenwerking. Wat dat is er ook zo leuk aan: dressuur gaat over communicatie, elkaar begrijpen. Maar ja, zodra je daar iets van moet laten zien, voor de gelegenheid opgepoetst en voorzien van een fraai pakkie, helemaal alleen in een rijbaan met -zeker voor je gevoel- alle ogen op je gericht, dan is het ook niet zo raar dat je ego het een beetje lastig heeft.

Hoe is het zo ver gekomen…?

De eerste wedstrijd die ik in het wild jureerde, was op een fraaie plek, met mooie rijbanen op een perfecte bodem en het meest geweldige weer dan je maar kunt hebben voor een buitenevenement. Ik werd er uitermate vrolijk van. De sfeer was gemoedelijk. Iedereen was blij weer te mogen. Het was allemaal Z of hoger, de deelnemers die ik sprak hadden ook echt al in geen tijden een wedstrijd gereden. Dat zou spanningverhogend kunnen werken, maar dat viel mee. Er werd echt fijn gereden, zonder duw- en trekwerk. Er was echter één ding dat me opviel. De mensen die stang en trens gebruikten hadden bijna allemaal de stangteugel vol aangenomen. Dus net zoveel contact of zelfs nog meer dan op de trensteugel. En dat hoort niet. Het excuus was dat dat op hoog niveau ook wordt gedaan. Ik zie dat ook. Maar het hoort nog steeds niet. En het is me een raadsel hoe we daar ooit zo mee zijn afgedwaald.

Het blijft bij vals roddelen

Ik heb al eens eerder mijn bedenkingen tegen stang en trens geuit. Het is in mijn ogen een relikwie uit een ver verleden, toen het een nuttig hulpmiddel was om je paard zo scherp te kunnen controleren, dat je geen zwaard van een boze tegenstander in je ribbenkast kreeg. De tegenstanders van tegenwoordig staan alleen maar vals te roddelen langs de zijlijn, ze hebben meestal geen steekwapens meer bij zich om je te belagen. Dus waarom nog zo’n zwaar geschut als twee bitten in de mond? Je moet ermee leren rijden, zeggen voorstanders van het onwrikbaar vasthouden aan tradities. Die vaak ook zeggen dat je alles op een trensje moet kunnen, vóór je capabel bent om met stang en trens te rijden. Nou, als je dat kan, heb je die twee bitten dus helemaal niet nodig en is het alleen uiterlijk vertoon.

Er verandert niks

In Nederland is stang en trens niet verplicht. Je mag tot het allerhoogste niveau op trens. En gelukkig doen een aantal ruiters dat ook. Maar er zijn er genoeg die het rijkunstig niet helemaal voor elkaar hebben en die extra hefboomwerking graag willen gebruiken voor meer controle of iets dat zij ervaren als nageven, maar wat eigenlijk loslaten van een pijnlijk gevoel is en dus niets te maken heeft met het loslaten van het lichaam. Integendeel zelfs. De rest wordt er strakker van. Het is ineens de mode om die stangteugel niet, zoals het officieel hoort, licht te laten doorhangen zodat eigenlijk alleen het gewicht van de teugel effect heeft, maar ‘m vol op contact te houden. Enig idee wat er dan in de mond van je paard gebeurt? Of met die kinketting? Daar moet dan weliswaar verplicht bescherming om. Alsof het dan niet de onderkaak kan afknellen. En dan allemaal verbaasd dat er paarden met de mond open of de tong eruit lopen.

Ik zie dat er op hoog niveau veelvuldig met een strakke stangteugel en soms zelfs helemaal doorgeslagen stang wordt gereden. Dat wordt kennelijk niet afgestraft. Of in ieder geval niet dusdanig dat er wat verandert. Zolang we voor dit soort ogenschijnlijk ‘kleine’ dingen de ogen blijven dichtknijpen, is al het geroep om welzijnsverbetering aan de andere kant een wassen neus. Want je hoort het, ruiters in den lande nemen het over en er schijnen zelfs instructeurs of (het zal toch niet waar zijn) juryleden te zijn die ruiters aanraden de stangteugel er meer bij te pakken. Want de top doet dat ook.

 

We nemen allemaal dat welzijn toch zo serieus? Laat me niet lachen.

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , .