Schiet mij maar lek

De KNHS heeft onlangs het fenomeen ‘toezichthouder’ ingesteld voor dressuurwedstrijden. Dit moet worden ingevuld door juryleden. Om ze daarop voor te bereiden is er een digitale learning module. De motivatie waaróm we dit moeten doen vind ik begrijpelijk en tegelijkertijd verbazingwekkend.

Bij het springen bestaat de toezichthouder al veel langer. Het wordt ingevuld doordat je daarbij toch al meerdere juryleden hebt die rouleren, dus om de beurt het losspringen in de gaten houden. Prima natuurlijk. Voor de dressuur werkt dat niet zo, maar dat is op zich niet erg. Om duidelijk te maken wat er precies van ons wordt verwacht, kregen we van de KNHS een filmpje voorgeschoteld met een aantal toetsvragen. Alles helder en begrijpelijk. Maar wat me zo verbaasde was de motivatie voor het instellen van die toezichthouders. Het werd meerdere keren herhaald: een belangrijke reden is dat de dressuursport onder een vergrootglas ligt.

Dus omdat de buitenwereld naar onze sport kijkt en er iets van vindt, gaan wij een welzijnscontrole invoeren bij het losrijden? Schiet mij maar lek. Dat het nodig is, is natuurlijk eigenlijk al van de gekke. De praktijk bewijst helaas dat het geen overbodige luxe is. Maar je voert zoiets toch in omdat je zelf wilt dat het welzijn in orde is? Je controleert iets uit angst voor de mening van de buitenwereld? Als dat je motivatie is, is er iets heel erg mis…

‘Ja, maar die van mij…’

Het erge is dat alle reacties er op wijzen dat bovenstaande inderdaad klopt. Het is weer typisch zo’n gevalletje waarbij alle moraalridders brullen dat dit hoognodig is, omdat er zoveel misstanden te zien zijn. ‘Och, jaaaa, heeeel erg.’ Om vervolgens zelf naar stal te gaan en de slofteugel te pakken. Want ‘ja maar die van mij…’ Er is altijd een reden waarom het niet voor hen geldt. Maar wel voor die ander natuurlijk, want dat die het zo fout doet wordt niet onder stoelen of banken gestoken. Neem de noodkreet van Noor Tanger, die in een blog beschreef hoe zij overstelpt wordt met kapotgereden paarden. Als je ‘m niet hebt gelezen raad ik je aan dat alsnog te doen. De adhesiebetuigingen waren niet van de lucht. Maar ondertussen verandert er niks.

Ik weet het, het klinkt vrij moedeloos. Zo voel ik me ook, als een roepende in de woestijn. Meer controle, meer restricties, dat is van bovenaf, van buitenaf. Niet van binnenuit. Je kunt controleren wat je wilt, het betekent niet dat er achter gesloten deuren niet alsnog bedenkelijke zaken gebeuren, als mensen er niet wezenlijk achter staan. Hoe komt dat toch? Er wordt al snel naar de paarden gewezen. Die zijn niet meer te hanteren voor de gemiddelde ruiter. Dat zal meespelen, maar waarom koop je dan zo eentje? Omdat een wat simpelere niet zo goed valt in je omgeving, waar je pas meetelt met een -noem een populaire hengst afstamming- die zijn benen in zijn nek legt, liefst zwart en minstens 170? Om dat zo’n simpele niet te vinden is? Tja, als we die allemaal willen en dáár nou eens redelijk geld voor neertellen, dan zijn ze er of komen ze er.

Nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan…

We kunnen er nog een miljoen blogs over volschrijven. Er is een blinde vlek bij velen op gebied van wat ze hun paard aandoen. Sommigen weten het niet. Anderen weten het wel, maar hebben dat ver weg gestopt, omdat ze niet weten hoe het anders kan of niet durven te bekennen hoe eng ze het eigenlijk vinden. Mensen hebben geen zin meer om de tijd te nemen om iets echt te leren. Een half woord en gaan met die banaan. Pippi Langkous is voor paarden nou niet zo’n fijne motivatiespreker. En mensen hebben het geld om te doen wat ze willen. Eén manegekaart en er komt een eigen pony of paard. Geen brave leermeester, maar een flashy sportgeval, dat goed staat bij de nieuwe outfit en trailer in kleur van de auto. Er wordt een vermogen betaald aan lessen bij een topper, die ook niets anders kan dan pappen en nathouden –  lees hulpteugel eraan knopen- want niemand wil ongelukken in zijn lessen.

Onwenselijke trainingsmethoden? Er wordt heel wat afgemopperd op de voorbeeldfunctie van de toppers. Maar kijk eens naar die hele grote ijsberg eronder, die zomaar iets nadoet, waardoor je in den lande in maneges komt waar geen één paard meer zonder slofteugel loopt of toch minstens een uur achter de loodlijn. Want dat hoort toch zo…? Het gaat me niet zozeer om die slofteugel als ding, maar het is zo langzamerhand een symbool geworden voor het onvermogen. Als het gebruik gemeengoed is, in plaats van een incidentele en tijdelijke uitzondering, is er iets grondig mis.

Er verandert niks

Ik merk dat ik weer losga. Het punt dat ik wil aanhalen is dat ik, en alle goedbedoelenden met mij, dit tij niet kunnen keren met belerende verhalen. Er verandert niks. Iedere keer weer zijn er paardenmensen die dit aankaarten. Iedere keer geeft het een hausse aan reacties. En iedere keer gebeurt er… niets. Ik heb ook de oplossing niet. Toezichthouders? Ik vind het prima. Maar denk nou niet dat je daarmee iets verandert. Ruiters die worden aangesproken gaan hun gedrag niet aanpassen. Ja eventjes, tot ze uit beeld zijn. Want iedereen weet het toch altijd beter. ‘Ja maar, die van mij…’

Ik ben tamelijk rechtlijnig en best vasthoudend. Toch merk ik de laatste tijd een soort ‘metaalmoeheid’ bij mezelf. Ik krijg steeds meer de neiging om me terug te trekken. Resistance is futile. Het helpt toch allemaal niet en het geeft alleen een hoop stress als je er tegenin gaat.

We zullen doorgaan…

We zijn het aan de paarden verplicht om het te blijven aankaarten hoe het wel moet. Niet omdat de buitenwereld iets vindt, maar omdat onze paarden kapot gaan. Tenslotte zijn de autogordels ook ooit eens ingevoerd, rijdt tegenwoordig iedereen met cap en wordt roken steeds meer een zeldzaamheid. Gemeengoed geworden met hulp van controle en restricties. Ik probeer daar toch enige moed uit te putten.  Kom dus maar op met die toezichthouders…

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , .