Rare eetgewoonten

De grootste schok toen hij na zijn lange carrière als militair thuis kwam was, volgens mijn partner, het eten. Niet het voedsel op zich, maar vooral de tijdstippen waarop er werd gegeten. Want, afgezien van tussenkomst van enige oorlogsbezigheden, kon hij er zijn hele leven de klok op gelijkzetten. En dat was thuis verre van dat.

Partner gedijt het best bij orde en regelmaat. Verrassingen en onverwachte verandering van plan gaan er niet zo lekker in. Eten doe je drie keer per dag en op vaste tijdstippen, die wat hem betreft in steen zijn gebeiteld. En dan heb je mij… Ontbijten deed ik al helemaal nooit. Hoewel ochtendmens, is mijn spijsvertering niet gelijkgeschakeld met mijn hoofd. Zodra mijn ogen open gaan, begint mijn brein te galopperen. Ik kan een minuut na ontwaken meteen de meest lastige taken uitvoeren. Of bespreken, wat helemáál de ergernis opwekt bij langzamere starters. Vrees niet, ik heb geleerd dat niet iedereen zo in elkaar zit, dus ik houd me in. Wat ik wel graag wil is zwarte koffie. De laatste jaren heb ik, min of meer onder dwang, geleerd om wel een bakje muesli naar binnen te werken. Maar ik sta daarbij nog steeds half in de aanslag om weg te sprinten. En ik doe eerst de paarden: voeren, naar buiten en stallen uitmesten.

Een goed huwelijk is democratie

Lunchen was vroeger een kwestie van staand aan het aanrecht, achter de computer of tijdens het lesgeven een boterham naar binnen werken. Partner was gewend aan tussen de middag warm en heeft één keer voorgesteld om dat in te voeren. Ik moet er werkelijk niet aan denken. Volgens mij heb ik twee nogal hevig van elkaar gescheiden systemen in mijn lijf, want na een warme maaltijd gaat de vertering op ‘aan’, maar de rest helaas op ‘uit’. Ik zak als een pudding in elkaar en kan met gemak een uur slapen. Sterker nog, dat gebeurt gewoon, of ik het nou wil of niet. Een goed huwelijk is als een democratie, dus als compromis probeer ik tegenwoordig stipt om half een aan tafel te zitten voor een boterham en een appeltje. Wel op een vaste tijd, maar niet warm. En ik doe mijn best, maar het gebeurt wel eens dat ik in de flow zit bij het uitwerken van een verhaal en compleet de tijd vergeet, tot er een tamelijk wanhopig appje binnenkomt waar ik blijf.

Ik heb geen hongergevoel

Bij defensie staat ongeveer een jaar van tevoren vast wat ze wanneer eten.  Ik ga, als ik klaar ben of honger krijg, naar de koelkast en kijk wat daarin staat en bedenkt dan waar ik trek in heb. In mijn geval is dat meestal pasta, wat bij partner ook al niet helemaal goed valt, want die is meer van de Hollandse pot. Maar het meest frustrerende voor hem is het tijdstip. Dat fluctueert namelijk nogal. En dat maakt mij echt geen fluit uit. Op maandag geef ik ’s avonds groepsles. Wegens die sloomheid eet ik liever erna. Dat geldt ook voor de dinsdag als ik zelf laat rijd. Omdat hij samen eten belangrijk vindt, schikt partner zich hier met enig (lees: behoorlijk wat) gemor in, mits ik wel bijtijds (lees: liefst begin van de week schriftelijk) aangeef wát we eten. Koken is geen probleem, dat wil hij wel en hij kan dat goed. Maar er moet een plan zijn. Hoe gestructureerd ik ook kan zijn in het lesgeven, opbouwen van een paard of de verzorging daarvan, voor mezelf is dat anders. Ik ben heus van goede wil, maar het zit er gewoon niet in. Of ik heb geen hongergevoel, of ik kan het makkelijk negeren. Ik besef dat zijn aanpak waarschijnlijk gezonder is. Maar van dergelijke vastgelegde regelmaat krijg ik vlekken in mijn nek.

Ik word naar stal geteleporteerd

Ook bij onze paarden hanteer ik, wat ik noem, een flexibele regelmaat. Ze krijgen weliswaar nauwelijks krachtvoer, maar we hebben toch drie keer per dag een voermoment, rond half 8, na het binnenzetten om 17 uur en bij het laatste rondje om 22.30. Het geeft me de kans om de hooikoortspaarden hun medicatie te geven en wie dat nodig heeft krijgt extra vitaminen of mineralen zoals magnesium. Ruwvoer hebben ze altijd. De tijdstippen die ik noemde zijn niet keihard. Als het mooi weer is staan ze wel eens tot 19 u buiten en als ik ergens heen moet met een vroege boot ben ik veel eerder in de ochtend. Hoewel paarden niet kunnen klokkijken en tijd een menselijke begrip is (wie heeft er bedacht dat een training een uur moet duren…?) hebben ze toch allemaal een horloge in hun hoofd. Ze slapen niet acht uur in de nacht zoals wij. Toch zie ik, als ik erg vroeg ben, verfomfaaide koppies en paarden die nog liggen. Ben ik later dan 17 uur, dan staan ze verontwaardigd te hinniken voor de ingang van de wei. En ’s avonds proberen ze me met indringende blikken via telekinese kijkend vanuit hun stalluiken naar de stal te teleporteren. Zou dat gezegde ‘man en paard noemen’ dan toch iets anders betekenen…?

 

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , , .