Pleister op grote wond…

En weer uitgereden… Ik ben er zo moedeloos van dat ik me lamgeslagen voel. Gingen we net weer een beetje lekker, blesseert hij zichzelf met een idiote noodsprong. Nogal hevig, dus dit gaat opnieuw lang duren. Gelukkig kon ik mezelf opvrolijken met een leuk dagje jureren op de Hippiade.

Het was warm, maar in de avondschemer was het heerlijk in het bos. Na een probleemloze rit van een dik uur stapten we het laatste stukje aan een lange teugel naar huis. Staat er vlakbij onze oprit een toerist verstopt in de bosjes te bellen… Ik had hem ook niet gezien. DD schrok zich lam en maakte een soort 360 graden draai in één sprong, waardoor er een eend geschrokken uit de sloot aan de andere kant opvloog, wat voor een beetje gekke landing-met-schroef zorgde. Ik bleef gelukkig net zitten. Hij liep vervolgens normaal door, dus ik had niet meteen in de gaten dat er wat mis was.

Een klassieke peesklap

Ik controleer ’s ochtends altijd de benen. Ik til zijn voorbenen even op en beweeg ze kort naar buiten, als fysio-oefening voor zijn borst. Daardoor ontdekte ik meteen de verdikking achterop zijn pijp, de klassieke tekenen van een peesklap. Het kan zo in de boekjes als voorbeeldfoto, daar heb ik geen echo voor nodig. Het zit in de bovenste helft, maar niet heel dicht bij het gewricht. Het is afwachten hoe groot de schade is. Hij loopt niet kreupel, zo op het eerste gezicht. Traumeel, koelen en rustig laten scharrelen in de wei. Want op stal zou hij zich juist alleen maar druk maken en rondjes draaien. Veel meer kan ik voorlopig niet doen. Het heeft in dit stadium ook weinig zin om naar een kliniek te racen.

Weer in de lappenmand…

Je kan zeggen: botte pech. Misschien was de bodem ter plekke wat ongelijk. Aan de andere kant is het een teken. Als een pees niet in staat is om zoiets op te vangen, kan je ook geen galoppirouettes maken. Ik neem me voor om de natuur voorlopig z’n gang te laten gaan. Misschien ga ik wel wat stappen met hem, maar dat doet hij in de wei ook wel. Ze zijn gelukkig niet zo rennerig, met dat warme weer al helemaal niet. En omdat we de waterbakken vooraan bij de ingang hebben en het dagelijkse reepje verse (nou ja, met deze droogte niet meer zo) gras helemaal aan de andere kant, sjokken ze regelmatig heen en weer. Ik ben verdrietig en moedeloos.

De gemene deler

De Hippiade was een leuke afwisseling. Na wat heen en weer mailen over de indeling, omdat ik door de tussenkomst van een boot nou eenmaal niet om 8 uur kan beginnen -tenzij de KNHS een hotel sponsort, maar dát doen ze nou weer net niet- bleek dat ik was ingedeeld bij de L1 en L2 van de kleine pony’s, categorie C en AB. Dat is wel de toekomst van de sport, dus die verdienen de beste juryleden, nietwaar? We vormden met z’n drieën een prima team, dat er erg hetzelfde over dacht. Zoals altijd haal ik er wel een soort gemene deler uit. De lage neusriemen zijn weer uit. Letten op een goede houding is tot mijn grote vreugde weer een beetje terug, want ik had nauwelijks scheefzitters of achteroverhangers. Wat wel opviel was dat sommige kinderen erg met hun armen wijd rijden. Zolang die handjes dan maar niet naar beneden drukken gaat dat nog enigszins, maar het is toch iets om op te letten, instructeurs van Nederland.

Stop met dat gejakker

Er was echter één ding waar alle drie de jury’s over vielen: een aanzienlijk deel reed alsof ze de trein moesten halen. Of achterna werden gezeten. Zo gejaagd en haastig, dat er voortdurend met benen (vaak met spoortjes aan) werd gehakt en oefeningen slordig werden afgewerkt. Aangemoedigd door moeders of andere begeleiders aan de kant met kreten als: ‘houd ‘m voorwaarts…’ In de eerste plaats heeft dat gehak met die benen geen goed effect op de activiteit. Zo’n pony stompt af of wordt er op den duur narrig van. Als er al iets gebeurt, gaat ie rennen. Dat vergt dan weer ruk en plukwerk om de bocht te halen. Het wordt er slordig en onrustig van. Ik snap wel wat men wil bereiken, maar dit is niet de manier. Léér een kind hoe je een pony beter aan het been kunt krijgen. Dat is wat anders dan ongenuanceerd voorwaarts jakkeren.

Over de plaatsingen waren we het goed eens. De top was een genot om naar te kijken. Wát een leuke pony’s en wat een pittige ruitertjes. Mede door de uitstekende catering voor de jury’s bij de KNHS (nog nooit eerder parel-couscous gegeten, maar mijn hemel, wat lekker) was het voor mij een pleister op iets wat ik vrees dat een hele grote wond is…

 

 

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , .