Lol met je knol

Na een paar hele drukke weken, met veel deadlines, afspraken en paardige activiteiten, lijkt het nu even wat rustiger. Ik zeg expres ‘lijkt’, want dat kan bij mij zomaar veranderen.

Ik word momenteel voor ieder weekend ongeveer drie tot vier keer gevraagd om te jureren. Zijn er teveel wedstrijden of te weinig Z-jury’s? De waarheid ligt waarschijnlijk -zoals vaak- in het midden. Het valt me wel op dat er soms maar een of twee ZZL combinaties op de startlijst staan. Nou vind ik het best lekker jureren als je veel afwisseling in proeven hebt, maar het is toch eigenlijk jammer dat je dan een jury ‘in beslag’ neemt. We hadden ooit zo’n periode dat de KNHS zich ermee bemoeide, om grotere rubrieken te creëren. Dat werkte ook niet prettig. Maar een beetje regulering en overleg per regio zou wel fijn zijn.

Praten met hun ogen

Ik had wel een hartstikke leuke dag. Het was namelijk Friezencompetitie. En ik heb een zwak voor de zwarte parels. Ik heb een paar Friezen gereden en meestal ook wel eentje op les. Ik vind ze niet alleen prachtig, er straalt een bepaalde wijsheid uit hun ogen. Iets wat je ook bij Arabieren ziet. Behandel je ze met respect, dan krijg je er veel voor terug. Dat geldt uiteraard voor alle paarden, maar Friezen praten extreem met hun ogen. Daarnaast vind ik ze gewoon indrukwekkend. Het was genieten in het juryhokje.

Zwanenhals

Door hun bouw hebben Friezen snel neiging om kort in de hals te worden. Vooral als ze wat heter zijn, en dat zijn de huidige sportmodelletjes, is de ‘ho’ aanleiding om de rug te laten zakken en als een zwaan de hals te krullen. Ik vind dressuur geen meetkunde, ik hanteer geen lineaal. Als ze goed van achteren naar voren zijn getraind, is iets kort in de hals niet altijd meteen een probleem. Je kunt heel goed zien wanneer ze dat doen met rug of zonder rug. Bij dat laatste wordt het een onvoldoende, bij dat eerste meestal niet, al laat ik er dan wel ter waarschuwing bijschrijven dat de aanleuning meer open moet zijn. John Lassetter zei altijd dat ik moest denken dat de teugels stokjes waren, waarmee ik het hoofd van me af duwde. Wat uiteraard alleen lukt als je ze achter goed aan de praat hebt en houdt.

Ik ben springamazone…

De dag erna was het weer genieten, maar dan met mijn eigen reus. In het kader van Lol met je Knol had ik me opgegeven voor een balkjesclinic van de dames van Equine-sports (een aanrader). Tot hilariteit van mijn stalgenoten en lessers, die weten hoe lang mijn springdagen achter ons liggen. Hoho, niet te hard lachen, ik ben zelfs nog M springen hé. Weliswaar in de middeleeuwen behaald, maar toch. En zelfs met DD heb ik wel eens een huppeltje gemaakt. Die bleef alleen tot 80 cm in draf zijn benen gewoon hoger optillen, dus dat was geen succes. Dit was echter niet springen. Er lagen twee circuitjes met balken op de grond. Je kon er is draf en galop op allerlei manieren overheen, tussendoor, omheen. Denkwerk voor paarden, die ineens ontdekten dat ze ook achterbenen hadden die ze op tijd moesten optillen.

Balkjes

Niet consequent genoeg

Het was erg leuk. Veel paarden, reuring en vrolijkheid, precies waar DD dol op is. En ook wel weer confronterend. Het verschil tussen de linker- en rechtergalop werd me pijnlijk duidelijk. Linksom maakte hij over de eerste cavaletti een onhandige sprong, waarna hij half in draf en veel te lang in zijn bovenlijn over de rest rommelde, terwijl hij rechtsom mooi in balans gesloten bleef doorgaan. Ook voelde ik goed dat het in-en uit elkaar lopen, dus de harmonica-soepelheid tussen korter en langer, nog ver te zoeken was. Ja, hij kan verzamelen. Hij kan ook groot. Maar van het een naar het ander een terug? Dan is het een enorme klont paard, loeisterk. De oplossing zit ‘m niet in scherpere bitten, of nu eindelijk eens die sporen zoeken die ik al tijden kwijt ben. Ik moet hem gewoon consequenter rijden. Meer controle op lichte hulpen. Maar dat voelde ik de dag ervoor eigenlijk ook al, toen we het onverwachte windstille weer benutten om van laagwater en dus een eindeloos breed strand te profiteren. Hij was zijn surfboard-ervaring nog niet helemaal vergeten en ging dus op zijn teentjes het strand op. Dan ben ik echt maar een vliegje op een olifant. Gelukkig was zijn vriendin mee en konden we meteen een flink stuk galopperen. Voorwaarts is meestal de oplossing voor alles. Teugels los en even het stoom eruit laten. Het was rustig dus het gaf niet, maar aan de controle schortte wel het één en ander…

Dat wordt weer even streng mezelf toespreken. En ik ben op zoek naar een paar hindernisbalken voor in onze bak. Stuk of drie is al goed. Mogen best kapotte zijn, want die zaag ik gewoon door. Halve werkt ook. Heb je nog wat liggen, dan houd ik me aanbevolen. En ondertussen zoemt de whatsapp alweer lustig met nieuwe opdrachten, dus weg rust.

Een luxeprobleem.

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , , , .