Het jaarlijkse juryleden bashen

Voor alles is een eerste keer. Ik heb voor het eerst van mijn leven patat gebakken. In zo’n echt frituurgeval. Ik vond het doodeng, maar er is daarna niemand overleden. Verder zit ik nagelbijtend mijn ongeduld te bedwingen en is het jaarlijkse jurylid-bashen weer begonnen.

In een zeer ver verleden stond partner ooit eens voor mijn deur met al zijn spullen onder zijn arm, een frituurpan en een grote hond. Hij maakte zich er ernstig zorgen over of die laatste ook welkom was, want ik had al een Jack Russell en een klein huisje. Voordat de deur helemaal open was, lag de hond al binnen op de bank en had ik de frituurpan weer buiten gezet. De rest was welkom. Ik heb altijd al een grote aversie tegen zo’n ding gehad. Terwijl ik heus wel een patatje lust. Maar die pan kwam er dus niet in. Gevolg is wel dat ik geen enkele ervaring heb met zaken in hete olie gooien. Bardienst in de manege rond het middaguur was dan ook iets waar ik als een berg tegenop zag. Ik hoopte dat de warmte mensen zou ontmoedigen, maar ik stond er net of daar was de eerste. Ik heb nog geprobeerd haar te ontmoedigen met verhalen over e.coli en nori en dat ze me toch een goede moeder leek, maar ze bleef erbij.

Er is niemand aan overleden

Mijn eerste angst was dat ik de hele manege zou affikken. Hoe lang moet zo’n pan aan staan voor hij ontploft? Met een schuimspaan heb ik de patat erin laten zakken, waarna ik een argwanend oog op het geborrel hield. Hoe weet je of zoiets gaar is? Een minuut of vijf, was me gezegd bij de instructies, waaronder ook de koffie, fris en de kassa-met-kuren viel. Ik heb na enige tijd een patatje eruit gevist en geproefd. Dat ging, maar of die ene nou maatgevend was voor de rest bleef een raadsel. Ik heb het erop gegokt en de dames verzekerd dat weggooien ook een optie was. Tot mijn verbazing aten ze het op. En aangezien één ervan mijn buurmeisje is en ik die vanmorgen nog haar fiets zag pakken, heeft zij het er althans levend vanaf gebracht. Ondertussen kreeg ik met geen mogelijkheid meer de kassa-lade open, dus de problemen stapelden zich op. Ik begrijp dat gebrek aan vrijwilligers een groot probleem is bij alle verenigingen. Maar als ik bij eigen evenementen jureer doe ik dat voor onze club gratis, kunnen we dat voortaan ook meetellen? En als dan zo’n bardienst onafwendbaar is, mag ik dan voortaan samen met iemand die wél weet hoe alles werkt?

Grote juryverschillen op Hippiade

Ik vond het erger dan examen doen voor een jurycursus. En dát is al behoorlijk zenuwslopend, want dan moet je met z’n allen een aantal combinaties jureren en je mag qua punten maar heel weinig afwijken van de twee hoofdjury’s. Alle jury’s hebben dit gedaan en zijn geslaagd. Rara, hoe kan het dan dat er bij de Hippiade toch grote verschillen in plaatsingen waren? ‘De jury’ had het weer gedaan, zo viel te lezen op meerdere plekken. In mijn ring vielen de verschillen mee. Ik had één pony beduidend hoger dan mijn collegae. Zij vonden ‘m gespannen, ik viel voor de potentie en de nette wijze van rijden. Juist doordat je met z’n drieën zit, worden dit soort smaakverschillen genivelleerd. En ja, daar praten we onderling uiteraard over na, want wij vinden dat ook erg vervelend. Dus denk nou niet dat jury’s bij grote puntenverschillen onverschillig hun schouders ophalen.

Lekker eigen frustratie afreageren…?

Zolang je de bijscholingen volgt, blijf je als jury gekwalificeerd. Dus eigenlijk kan je, eenmaal geslaagd, doen wat je wilt. Je investeert er zelf een hoop in om die cursus, het examen en alle nascholingen te doen, want dat is qua kosten best pittig. En er staan lachwekkend lage opbrengsten tegenover. Je moet er dus nogal wat voor over hebben om jury te worden en te blijven. Vervolgens ga je er regelmatig voor op pad, uit liefde voor de sport en -neem ik aan-  met de intentie om anderen daarin vooruit te helpen. Ik weet dat er wel eens wordt gedacht dat een jury in een hokje zijn eigen frustratie zit uit te leven, maar ik ga er toch vanuit dat dat een zeer zeldzame uitzondering is.

Hoe lossen we dit op?

Pas op momenten dat er meerdere jury’s een zelfde proef beoordelen, kun je goed constateren of iemand qua punten afwijkt van de norm. De plek waar je zit maakt iets uit, maar heus niet het verschil van een eerste of een laatste plaats. Er gaan soms stemmen op om sterk afwijkende juryleden apart uit te nodigen voor een bijscholing, of om ze althans aan te spreken. Ik vraag me af of dat werkt. Dat voelt volgens mij meer als op het matje worden geroepen. Verandering lukt beter als het van binnenuit komt. Ik zie meer in vaker met drie juryleden jureren. Bij twee blijft het de vraag wie er gelijk heeft. Drie juryleden is echter voor een vereniging een dure grap. En het is al lastig om voor één wedstrijd jury’s te vinden, dus laat staan drie per ring. Voorlopig wordt er echter niets specifieks mee gedaan, behalve dan de nogal vrijblijvende onderlinge nabespreking na je rubriek op de Hippiade. Ik snap dat de grote verschillen lastig te verteren zijn, ik heb de oplossing zo ook niet. Als het echter over ‘de jury’ gaat, dan heb je het ook over mij en dan wil ik wel laten horen hoe zorgvuldig en geconcentreerd ik die taak probeer uit te voeren.

Pees of blauwe plek?

De zwelling op het been van DD neemt af, maar is nog niet weg. Het heeft zich wat naar de zijkanten verplaatst. De osteopaat was er en die had hoop dat het meeviel met de pees, het leek meer op een enorme blauwe plek door aantikken, waarvan de zwelling nu zit opgesloten in een krappe constructie. Ik moet mezelf bedwingen om er niet op te klimmen, want ik wil dat het been eerst echt weer dun is. Rustig stappen doet hij zelf wel in de wei. Geduld, geduld…zucht.

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , , .