Een kei op je kop

Dat was natuurlijk ook de goden verzoeken. Een verhaal over wat hitte veroorzaakt aan mijn achterkant. Vervolgens gingen de hemelsluizen open en stonden alle buitenrijbanen van voor tot achter vol water. Zelfs die van ons. En dat wil wat zeggen, want die watert toch goed af. Echt, zo nat als dit had ik nog nooit meegemaakt.

Onze schuur is groot. Dat betekent dus ook een enorm dak. Als daar een gigantische plons water tegelijk op komt, kan de dakgoot dat niet verwerken. We maken ‘m regelmatig schoon en zorgen dat de regenpijpen ontstopt zijn. Maar tegen zoveel geweld tegelijk valt niets te beginnen. Daardoor stroomde het water aan de achterkant bij een paar stallen naar binnen. Nou zijn die erg groot, dus zelfs bij een wolkbreuk hebben de paarden nog meer dan genoeg droge ruimte over. Maar ik moest wel met een hoosvat in de weer om aan de achterkant een geultje leeg te scheppen. Niet het meest frisse karwei, maar iemand met paarden (en honden en katten en kippen) is op stankgebied wel iets gewend. Bovendien zorgt het voor een dijk van een afweersysteem, denk ik dan maar weer. Trouwens, wat die stank betreft verkies ik paarden boven vleeseters. Onze mesthoop geeft nauwelijks geur af, terwijl ik het van een mijl afstand ruik als onze stokoude Beer een ongelukje heeft gehad. Hij zelf ook en dat is best zielig, want hij kijkt er doodongelukkig bij. Terwijl hij uiteraard nooit op zijn kop krijgt voor zoiets. Hij slaapt tegenwoordig wel uit voorzorg in de bijkeuken, waar makkelijk dweilbaar laminaat ligt. En het sowieso koeler is voor hem. Dat heeft echter weer tot effect dat Dotje zich ’s nachts alleen voelt. En dus op het minste of geringste ritseltje reageert met blaffen. De oplossing bleek haar elke avond mee de trap op sjouwen en in een mand naast bed leggen. Ik had verwacht dat ze zou proberen om in bed te klimmen, wat haar gezien onze klamboe tot een soort Jack Russellrollade had gemaakt, maar dat viel mee. Ze rolde zich keurig op in haar mandje en gaf geen kick.

Zonnebril op in museum

Je kunt merken dat de maatregelen versoepelen. De eerste schoolgroepen dienen zich aan, met bijbehorende herrie en de onvermijdelijke nachtelijke droppingen. Mensen praten niet meer met elkaar, maar schreeuwen met elkaar. Om over de onvermijdelijke radio op standje 10 maar niet te spreken. Ik ben op een vreemde manier overgevoelig geworden voor geluid, de laatste jaren. Ik begrijp ook nooit dat organisatoren denken dat harder mooier is. Zo was ik bij een (kleinschalig) filmfestival. De nog steeds prachtige klassieke muziekfilm heb ik voor de helft gekeken met mijn vingers in mijn oren. Ik vind het ook altijd verbijsterend dat mensen naar een muziekfestival gaan met oordopjes in. Denk hier even twee tellen over na. Je gaat voor de muziek en je doet iets in je oren om dat minder te horen… Dat is als je zonnebril ophouden in een museum. Het zal wel een tik van mij zijn, maar ik word helemaal gek als ik met partner in de auto zit en hij op de achtergrond radio 1 aan heeft staan. Op zo’n sterkte dat ik zeker weet dat hij er geen woord van verstaat, maar wel zo hard dat normale conversatie erdoor wordt verstoord. Hij probeert heel lief rekening met me te houden en het ding uit te zetten, maar soms vergeet hij het en dat vind ik dan weer onbegrijpelijk. Dat je dus immuun kunt zijn voor storend gewauwel op de achtergrond.

Omgekeerde logica

Nog zoiets raars? Dat de gemeente denkt dat het veiliger wordt door graskeien langs de weg te leggen. Ja, de bermen zijn hier en daar slecht. Dat komt omdat er smalle wegen, die daar niet voor zijn gemaakt, druk zijn gebruikt als omleiding door wegwerkzaamheden. Als oplossing worden graskeien voorgesteld. Daardoor worden wegen breder. Dat is een vrijbrief voor automobilisten om elkaar in volle vaart te passeren, in plaats van de poot van het gas te halen. In Engeland hadden we ‘passing places’. Die zijn hier op sommige plaatsen ook tijdelijk gemaakt, met rijplaten. De conclusie was dat lang niet iedereen het fatsoen en geduld had om daar even op elkaar te wachten. Dus gaan we de wegen kunstmatig verbreden. Dat is toch een vreemd soort omgekeerde logica? Belonen voor onbehoorlijk verkeersgedrag? Je wilt toch juist NIET dat men op de kleine weggetjes zo hard rijdt? Dan moet je de bermen naar mijn idee nog slechter laten worden en zorgen voor goede passing places. Wie dan geen fatsoen heeft, loopt op z’n minst een vieze auto op. Eigen schuld dikke bult. Dat zo’n verbreding veiliger is voor fietsers is onzin, als je daardoor alsnog met 80 (of meer) wordt gepasseerd. En met je fiets op die ribbels is hachelijk. Met een graskei kun je mensen geen fatsoen bijbrengen. Ja, misschien door ‘m tegen hun hoofd te gooien. Maar dat mag dan weer niet.

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , , , , , .