Alles draait om winnen

Het is niet de bedoeling om er een wedstrijd van te maken wie het verst kan rekken. Het is ook niet nodig om een ingewikkelde beweging het beste na te doen van allemaal. Hoe komt het toch dat ik zo belachelijk competitief ben? En nog belangrijker: hoe kom ik daar vanaf?

Ik heb veel baat bij de yogalessen. Ik voel dat de rek mijn lijf goed doet. Verder is het voor mij, mijn drukke, maar vooral ook voor mezelf zo strenge hoofd, een verstandige pas op de plaats. Maar ik moet me inwendig voortdurend toespreken. Ik heb er moeite mee om ‘in’ mezelf te blijven. Uit mijn ooghoeken zie ik wat er om mij heen gebeurt. Ik weet dat het niet hoeft en zelfs niet de bedoeling is, maar ik kan mezelf niet helpen: ik moet dan nét dat tandje meer doen. Gevolg is dat ik niet, zoals de opdracht is, naar mijn lijf luister en voel hoever ik kan gaan.

Stelletje dinosauriërs

Die enorme drijfveer tot meer, harder, beter zit er van jongs af aan in. Ik wilde alles zelf kunnen en zelf doen. Hulp van een trainer was prima, maar ik wilde nooit dat die op mijn paard stapte. Ik wilde het kunnen. Dan moesten ze het me maar beter uitleggen. Oefenen was nooit het probleem, dat deed ik tot ik erbij neerviel. Dat fanatisme, als je het zo mag noemen, heeft me ver gebracht, ook op gebied van scholing en opleiding. Maar het begint nu steeds meer tegen me te werken. Misschien is het een leeftijdsdingetje, maar ik moet ervoor waken om niet verzuurd te raken. En dat bedoel ik dan niet letterlijk. In het nastreven van een doel had ik weinig tijd om me ergens aan te storen. Ik voel me nu af en toe wat doelloos (uitgerangeerd klinkt té dramatisch, ik heb nog veel te bieden) en ik zie allemaal dingen om mij heen waar ik teleurgesteld en boos van word. De mensheid stevent als een stelletje dinosauriërs op onze ondergang af. Maar ook op kleinere schaal zijn er ontwikkelingen waar ik me druk over maak.

Toch weer net effe teveel

De KNHS heeft een wedstrijd voor driejarige paarden verboden. Wat ik me dan afvraag: wie komt er op het idee om zo’n rubriek uit te schrijven? Het is op zich niet ongezond om op wat jongere leeftijd al iets met een paard te doen. Dat is wetenschappelijk uitgezocht. Maar dat moet je zien in de zin van even een klein oefeningetje, iets van grondwerk, met een ander ervaren paard erbij en dan gauw weer terug in het land bij vriendjes. Niet te veel, niet te vaak. Ga je een wedstrijd uitschrijven, dan komt daar competitie bij kijken. Er wordt iemand de winnaar. Heb je ego, dan ga je daar dus voor oefenen, want je wilt er goed voor de dag komen. Te veel en te vaak. Want dat winnen wordt belangrijker dan wat daarna komt. Dat zou een lang en gezond leven voor je paard moeten zijn. En dat roept iedereen ook altijd. Maar het hypocriete in de paardenwereld is dat, als het puntje bij het paaltje komt, het ego toch meestal de boventoon voert.

Elastieken hertjes

Ik zat voor de gein wat oude küren op muziek te bekijken. Kyra Kirklund met Matador, Klaus Balkenhol met dat politiepaard van hem, Blue Horse Matinee in 2006, Totilas in Amerika en Valegro in 2012 in Londen. Daarna bekeek ik wat beelden van dit jaar. Het lijkt wel of het een andere diersoort is. Ik zie steeds meer elastieken hertjes, hypermobiele bewegingen. De zuiverheid van de bewegingen, waar altijd zo op wordt gehamerd in jurycursussen, lijkt tegenwoordig ineens niet bij iedereen meer zo zwaarwegend. Toch hoor ik allemaal mensen enthousiast kraaien. Waarbij ik zeker niet beweer dat het in die oude küren allemaal vlekkeloos ging. Zuur van mijn kant? Ik zie het meer als een constatering. Het is een ontwikkeling, een kant die we opgaan als je de beelden vergelijkt. Dit is kennelijk wat we mooi vinden. Het scoort, dus krijgt het navolging en er wordt gepoogd om het zelfs te overtreffen. Ik had vroeger ook moeite met de ouwe garde, die riep dat we het allemaal verkeerd deden. Want dat was toen echt niet anders. Alleen minder zichtbaar, want nog geen social media.

Terugdraaien gaat toch niet gebeuren

In een zeer grijs verleden werden paarden gebruikt op het land. Daarnaast werd er soms wat op gereden. Maar dan keek je wel uit wat je deed, want dat dier moest de volgende dag weer voor de ploeg, dus die mocht niet stukgaan. Die tijd is voorbij en dat ploegen binnenkort ook, vrees ik. We kunnen alleen maar vooruit. Je krijgt de geest nooit terug in de fles als hij er eenmaal uit is geweest. Dat is zinloze energieverspilling. Ik kan er kennelijk slecht in mee. Dus raak je voor je gevoel soms uitgerangeerd en dat ligt in mijn woordenboek akelig dichtbij afgedankt. Maar met zuurheid komen we er niet. En zoals gezegd: ik heb nog steeds het gevoel dat ik veel te bieden heb qua kennisoverdracht. Of geschiedenisles, als je het toch zuur wilt bekijken…

Je kunt alleen iets aan jezelf en je eigen gedachten doen. Partner raadde me aan mezelf een doel te stellen in dat rekken, zodat ik er geen yogawedstrijd tegen anderen van maak. Laat ik daar eerst maar eens mee beginnen. En om positief te eindigen: DD staat nu een week op zolen en lijkt daar baat bij te hebben. Zou deze oude zure taart dan toch ooit nog eens de witte rijbroek uit de mottenballen kunnen halen?

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , .