Welzijn voor paarden: wel weten, maar niet doen…

Je krijgt een multiple choice vraag met drie foto’s van weilanden. Jij moet aangeven wat je een veilige weide voor paarden vindt. Op de eerste foto zie je midden in het gras een bult rommel met vervaarlijke uitsteeksels. Op de tweede is duidelijk te zien dat de afrastering van prikkeldraad is. Op de derde zie je een prachtige wei met een keurige omheining. Niet zo moeilijk hè? Iedereen kiest voor 3. Hoe kan het dan toch dat in de dagelijkse praktijk mensen die hierbij vol overgave voor 3 kiezen, hun paard rustig in een weide van strekking 1 of 2 zetten?

De menselijke geest blijft een ongrijpbaar iets. Ik probeer te doorgronden wat voor mechanisme hierachter zit. Want het is helaas geen hypothetische schets, die ik hierboven neerzet. Je zou zo’n soort vraag voor tal van welzijnsonderwerpen kunnen stellen (bijvoorbeeld over het alleen in de wei zetten van een paard, zonder maatjes), maar ook over andere zaken in het dagelijks leven van iedereen (zoals het toch effe op je telefoon kijken achter het stuur).

Waarom zou ik iets van jou aannemen…?

In sommige gevallen is het echt gebrek aan kennis. Niet-paardenmensen beseffen vaak oprecht niet dat paarden de kunst verstaan zich te verwonden aan dat ene belachelijk minuscule kleine scherpe dingetje dat toevallig net binnen hun bereik ligt. Dus die zien helemaal geen gevaar in een weide met prikkeldraad. Als dat de achterliggende reden is waarom iemand toch voor 1 of 2 kiest, dan is kennisdeling wel degelijk een oplossing. En dan schrijf ik al die stukken en boeken dus niet helemaal voor niks. Mits die mensen er voor openstaan om iets te willen leren. En dat is nou net de vraag. Je zou zeggen dat je alles wilt weten van je passie, maar dat is tegenwoordig ook niet zo vanzelfsprekend. Wie ben ik wel dat ik ze iets denk te kunnen leren? Dat is eerder de reactie dan ‘oh dank je wel voor de tip’.

Oh, dat geldt niet voor mij…

Merkwaardiger is echter dat er een grote groep is, die diep vanbinnen heus wel weet hoe het hoort, maar daar toch niet naar handelt. Die best snapt dat paarden er meesters in zijn om zich tot op het bot verwonden aan een obstakel, dat ze heus wel zien, maar waar ze een keer in blinde paniek toch tegenaan knallen. Dat zijn mensen die beter zouden moeten weten en dat is meestal ook zo. En ze verkondigen die wijsheid zelfs vaak met het nodige kabaal tegen anderen.  Maar ze doen het tegelijkertijd zelf ook. Hoe zit dat? Waarom? Omdat mensen altijd denken dat iets niet voor hen geldt. Het is voor een ander. Omdat het bij hen niet gebeurt. Tot het wel gebeurt. En dan is het ineens de schuld van alles en iedereen, behalve…

Hij snapt het niet of hij kan het niet

Er gaan op welzijnsgebied ook dingen mis uit gemakzucht. Een niet ideale plek voor je paard die toevallig lekker dichtbij is. Of lekker goedkoop. En je sust jezelf in slaap met de gedachte dat het altijd goed is gegaan, dus dat zal wel zo blijven. Ik vul de coronatijd met zoveel mogelijk online cursussen. Van de week volgde ik een webinar over welzijn bij paarden in training. Het ging ook om de wetenschappelijke basis van dat welzijn. Plat en kort gezegd komt het erop neer dat je, als een paard iets niet wil, even moet uitzoeken of hij het niet snapt of lichamelijk misschien niet kan. En als hij het niet snapt, dat je dat dan stapje voor stapje moet uitleggen op een manier die een paard als non verbale communicator met kudde instinct en vluchtgedrag begrijpt. Ik denk dat iedereen nu braaf ‘ja’ zit te knikken en bij zichzelf bedenkt hoeveel mensen je in je omgeving kent die zo’n paard hebben en hem, al dan niet in de houdgreep met een slofteugel, door het behang proberen te prakken, luidkeels mopperend dat ‘hij’ het niet doet en ‘stout’ is. Of misschien ben je dat zelf wel? Ik ben in ieder geval niet te groot om toe te geven dat ik ook heus nog wel eens de mist in ga op dit gebied. Nou ja, zonder die slofteugel dan, want dat is voor mij echt waar de rijkunst ophoudt. Ik bedoel meer dat ik ook niet altijd even helder voor mijn paard ben. De intentie is er wel (en de kennis ook), maar om dat echt goed te doen moet je zo consequent zijn en dat is lastig met mijn karakter. Er zit altijd wel een dagje tussen dat ik denk ‘ach, die overgang kwam twee passen na mijn hulp, maar okay…’ Geen excuus overigens, maar een constatering dat ik echt niet beter ben dan jullie allemaal.

Een paard is als een circusolifant

Het is een nobel streven om te blijven proberen het imago van de paardensport op te poetsen. We moeten wel, anders gaat de mening van Henk en Ingrid van driehoogachter echt een keer ervoor zorgen dat er wordt ingegrepen op een manier die we niet willen. Het helpt niet om terug te kaatsen dat zij een zielige goudvis in een kommetje hebben of een gefrustreerde hond die niet genoeg beweging krijgt. In hun ogen zijn paarden waarop wordt gereden niet anders dan circusolifanten en die mogen ook niet meer.

We hebben in de paardenwereld nog een lange weg te gaan. Het niet meer mogen afscheren van de tastharen is daarbij slechts een héél klein stapje de goeie kant op. Zolang we nog mensen hebben die de welzijnsonderwerpen kunnen opdreunen, maar evengoed vinden dat die niet voor hen gelden, kunnen we voorlichting geven en stukken schrijven tot we een ons wegen. Het komt niet binnen. Waarom blijf ik het dan toch doen, het verkondigen van de boodschap? (Je merkt dat het bijna kerst is hè, ik word al plechtiger.) Al weet ik maar één iemand aan het denken te zetten, één iemand die geïnspireerd raakt dat het ook anders kan, dan is het alle moeite waard.

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , .