Wateroverlast en onnozelheid

Ik heb het opgegeven. Nadat de regen voor de zoveelste dag op rij continue naar beneden kletterde en zelfs mijn uitstekend gedraineerde buitenbak vol water stond, heb ik een abonnement op de binnenmanege genomen. Wat een luxe, rijden op een Agterbergbodem met een dak boven je hoofd. En dat ik nog kán rijden, nadat we bijna zijn platgereden…

Enige moeite moet ik er wel voor doen om droog te trainen. Trailer aankoppelen, heen en weer rijden, na afloop alle rotzooi opruimen. Maar het weegt op tegen veel geworstel tegen de regen in en alweer zeiknat worden. Ben ik een watje? Misschien een beetje. Het wil niet zeggen dat ik vanaf nu mijn buitenbak laat voor wat ie is. Ik ga ook echt wel het bos in, zelfs als het regent. Maar bij de aanhoudende slagregens van de afgelopen week was het voor geen enkel paard een pretje om daar tegenin te moeten lopen.

Ik móet erop

Is het dan zo nodig om er elke dag op te klimmen? Welnee. Paarden die gewoon in de wei lopen, zoals die van ons elke dag -weer of geen weer-, krijgen genoeg beweging. Hoewel je iets moet oefenen als je er beter in wilt worden, is het voor de gezondheid van een paard misschien zelfs beter om er niet elke dag op te gaan zitten. Je kunt ook andere dingen met hem doen. Dat rijden willen wij zelf. Ik heb die drang helemaal erg. Ik móet erop. Dat gepruts in zo’n bak vind ik het allerleukst. Bedenken wat ik kan verzinnen om te verbeteren. Ik kijk met respect naar het aan de hand werk van één van de meiden hier. Absoluut een grote meerwaarde. Ik heb er ooit les in gehad van de grootmeester Luis Valença zelf, helemaal in Portugal. Maar ik heb er gewoon het geduld niet voor.

Paardrijden is een denksport

Op dit moment ligt de aandacht in mijn training vooral bij de galop. DD maakt van nature nogal grote sprongen. Dat is niet handig, want dat vergt veel kracht. Het zou efficiënter zijn als hij wat kleinere passen maakt. Dat kan ik hem wel laten doen, maar dan gaat hij verzamelen, dus achter zakken door zijn benen meer te buigen, waardoor hij weliswaar minder naar voren springt, maar meer omhoog. En dat is met dat enorme lijf van hem nou niet echt lichter. Puzzelen, puzzelen. Ik rijd honderden overgangen, van stap naar galop naar stap, heel veel draf-galop-draf. Daar voeg ik voltes tien meter, afwisselend in draf en galop, aan toe. Want juist die afwisseling zorgt voor de opbouw. Ik kan wel een half uur aan één stuk galopperen, maar daar wordt hij alleen moe van. En ik ook, want je voelt toch dat het moeizamer gaat en dan ga je, alle kennis ten spijt, tóch meehelpen met je lichaam. Dus ik was ook heel streng voor mezelf: stilzitten, meeveren, maar niets toevoegen. Hij moet het zelf doen.

Voel ik de klimaatverandering?

Ik genoot erg van de trainingen in de binnenbak. In alle rust focussen op de basis, zonder dat het water van je cap in je ogen loopt en van je jas in je kruis. Want ik kan wel stoer doen over goede kleding, het leidt toch af als je nat wordt. Het water kwam zo hard naar beneden dat onze dakgoot van de schuur de enorme hoeveelheid van het dak zelfs niet kon verwerken. Gelukkig hebben we grote stallen, zodat de paarden er geen last van hebben. Maar ik zat een paar keer mopperend op mijn knietjes met een hoosvat en een emmer om achterin het regenwater weg te scheppen. Het valt me trouwens op dat in die 16 jaar dat we nu op deze plek wonen we pas in de laatste twee jaar af en toe dit soort wateroverlast hebben. Is de regenval heftiger geworden, is er toch iets in de waterdruk in de bodem veranderd door het veranderde waterpeil in het nabijgelegen natuurgebied Waalenburg of wordt het tijd voor nieuwe regenpijpen?

Opzij, opzij, opzij…

Tussen de buien door liepen partner en ik ons dagelijkse rondje door de buurt. Een prima manier om in de frisse lucht even de dag door te nemen. Ik ben sowieso nogal van de beweging. We komen daarbij een stukje langs een binnenweg, waar auto’s elkaar niet op volle snelheid kunnen passeren. Even vaart minderen is de oplossing, maar die blijkt nogal ingewikkeld voor de meesten, want ja, haast hè. Op gevaar af dat dit weer een zeur-stukje wordt: is het teveel gevraagd om even je poot van het gas te halen als je twee wandelaars met een hond aan de zijkant ziet? Of was het je bedoeling om met je spiegel de mouw van partner te raken? Hij had wel net hele lieve dingen tegen me gezegd, maar het waren bijna onze famous last words

Stadsmensen en paarden…

Nog eentje dan, in het kader van bijzondere week-ervaringen? De herfstvakantie is in volle gang. Ondanks alle coronacijfers wemelt het van de toeristen. Die bijna niets mogen, dus ze gaan fietsen. Wat op zich een prima idee is. Keurig aan de zijkant van de weg stappend hoor ik achter me een King Louie-moeder kirren ‘oh kijk eens jongens, wat een mooi indianenpaard…’ Ze heeft zo’n elektrische fiets met aan de voorkant een bak op straathoogte, waarin twee verveelde kleuters zitten. Ze rijdt op de weg in plaats van het naastgelegen fietspad en kraait maar door: ‘goh wat een groot paard hè jongens’… Ondertussen fietst ze zo dicht achter me, dat DD’s staart binnen bereik van de knuistjes van de kleine prinsjes is. En zijn achterhoeven op hun ooghoogte, mocht hij van schrik uithalen. Gelukkig heb ik op dat gebied een super braaf paard, dat ook nog eens zo goed is getraind dat ik hem snel een paar passen opzij kan laten maken. Wat toevallig kan, omdat er net geen auto’s aankomen. Kan je het ze kwalijk nemen, zulke onnozelheid? Of zou ze echt zo’n hekel hebben aan haar eigen kroost…?

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , .