Vliegles (letterlijk)

Voor sommigen was het een week van zweet. Voor mij was het een week van hoogtepunten. Dat moet je heel letterlijk nemen. Wel 150 meter zelfs. Ik heb namelijk vliegles gehad.

Als je zoiets tegen een ruiter zegt, denkt die meteen aan iets heel anders. Maar nee, dit was de variant waar een echt vliegtuig aan te pas kwam. Verrassing van partner. En dat was het. Ik ben niet van verjaardag vieren en voel me vaak wat ongemakkelijk door verrassingen. Maar dit was echt een leuke, waar ik oprecht blij mee was. Ik heb hartstikke hoogtevrees, maar in een vliegtuig heb ik gek genoeg nergens last van.

Onafhankelijke hulpen

Als je de natuurkundige principes achter vliegen begrijpt, scheelt dat een beetje bij de uitleg van hoe het werkt. Dat is bij paardrijden net zo en er zijn meer voordelen voor ruiters. Wij hebben, als het goed is, namelijk heel goed getraind hoe we onze benen en armen onafhankelijk kunnen gebruiken en verschillende dingen kunnen laten doen. Dat heb je in een vliegtuig ook nodig. Dus de mensen die bij het lichtrijden hun handen mee op en neer bewegen of bij het aansporen automatisch aan de teugels trekken wil je niet hebben als piloot. En dat wil een paard trouwens ook liever niet, maar dat terzijde.

Red Arrows hebben al gebeld…

Wat ook erg overeen komt is het gebruik van het stuur. Ik leerde dat je, om een bocht te maken, het stuur draait. Zodra het toestel begint te reageren en de vleugel in de binnenbocht zakt, wat na een lichte vertraging gebeurt, draai je je stuur alweer enigszins terug. Als je het ingedraaid houdt, blijft het toestel doorgaan en zou je uiteindelijk op z’n kop draaien. Net als bij een paard. Nou ja, dat over de kop dan niet helemaal. Maar een paard hoort ook door te gaan zolang jij blijft vragen. Je moet je hulpen niet blijven aanhouden als hij reageert. Overigens denk ik dat eventers nog meer in het voordeel zijn, want die zijn op hun kant door de bocht te gaan. Motorrijders trouwens ook, vandaar dat er misschien een paar Texelaars verbaasd omhoog hebben gekeken wat die stuntvlieger boven het strand deed. Dat was ik dus. Het was gaaf, maar erin doorgaan voor een brevet is niet van toepassing. Ik heb al een dure hobby.vliegles landing

Het komt door jullie brein

Wat deze week ook een hoogtepunt was, was het lesgeven. Ik doe dat altijd graag en met overgave. En dan heb je er af en toe van die sessies tussen waar je echt met kippenvel in de bak staat, omdat alles ineens op z’n plek valt. Een blij paard, een mooi zittende en zacht inwerkende ruiter, harmonie en expressie. Ik had er meerdere en dan loop ik de hele dag op een wolkje. Nou ja, lig, want door het tropenrooster breng ik de middag door in mijn hangmat, met een studieboek en iPad. Ik ben me in hersenonderzoek aan het verdiepen. Kan ik straks nog veel beter begrijpen waarom jullie allemaal zo stom doen…

De ‘ho’ oefenen

Naar aanleiding van de vorige editie over mijn taboe op kneepjes of friemelvingers kreeg ik nog de zeer terechte vraag hoe dan wel af te remmen. Inderdaad was ik iets teveel geobsedeerd door wat niet moet. Ineffectief, je leert meer van positieve uitdagingen. Staat ook in mijn leerboek. Dan hoort er een betoog bij over het verschil tussen weerstand en trekken. Een verhaal over remmen met contact, maar mee in de beweging. En dan krijg je meteen een leger mensen die over afremmen met je zit wil beginnen. Waar ik een aantal gevaarlijke kantjes aan vind zitten, zoals het verstrakken van je rug. Best lastige materie eigenlijk. Maar ik vind correct remmen eigenlijk vooral een kwestie van opvoeding. De ‘ho’ en de ‘go’ moeten het allebei even goed doen en dat moet je een paard leren. De aandacht ligt te vaak alleen op de ‘go’ en dan wordt de ‘ho’ vergeten. Waardoor een paard structureel nog een paar passen langer doorduwt dan de ruiter eigenlijk in gedachten had. Corrigeer je dat niet meteen, dan is dat dus kennelijk goed. Dat ontaardt in stuwen en gewicht in je handen gooien. Bij hete paarden hebben ruiters er te vaak de hele tijd een handrem op, die moet je leren om niet harder te gaan als de druk eraf is. Bij slome paarden wordt de ‘ho’ vaak vergeten te oefenen, omdat ze juist blij zijn als die lóópt. Ga dat nou juist wel eens proberen. Zal je verbazen hoe goed dat werkt voor de activiteit. Leer ieder paard consequent om meteen terug te komen als je dat vraagt, zodat je de hulp lichter en kleiner kunt maken. Dan ontstaat ook die noodzaak tot gefriemel niet.

Nou heb ik nog niet verteld hoe, hé? Blijven lezen, volgende week meer…

Geplaatst in Blog en getagd met , , , , , .